ONTLOKEN SKELETTEN

 (TOEN BLOZENDE NIEUWBOUW)

 SVEN ARIAANS

  (1969)

 © DE MOND


VOORMALIGE PAREL DER BETUWE

 

Ik sta bij de droevige flats waar mijn ouders

mijn lichaam verwekten, mijn botten, mijn ziel

Ontloken skeletten, toen blozende nieuwbouw

De trotse begrenzing van bloesemstad Tiel

 

Geboren aan de rand van de Parel der Betuwe

keek ik als baby op boomgaarden uit

De andere kant toont een mogelijk leven :

Een school, een fabriek, een bejaardentehuis

 

Ik had kunnen blijven op deze hectares

Voor de rest van mijn reis, net als mijn vader

Misschien zou ik dan thans gelukkiger zijn

 

Maar de boomgaard ligt plat, er staan nieuwe geraamtes

En waar de rand van de stad is verkast met de jaren

is de parel verzand in een spookparadijs.

IT TAKES TWO TO TANGO

 

Ik zie hoe ze hem haat, verlaat, maar terugkeert op haar schreden

Haar haar strak in een staart, ze staart nog strakker naar beneden

En ik, ik sla haar gade gade, waar zijn benen heengaan

Bepaalt waar zij zodadelijk zal staan, uit steen verrezen

Maar waar de smit het ijzer naar zijn eigen wens kan smeden
Lijkt de man zijn vrije hand thans vast te zijn geketend

Het ritme legt aan banden wat te wild wil gaan bewegen
Het paar een paard gevangen, temperament getemd voor even

Ze zeggen : dichters dansen niet , maar is wellicht die regel
niet in wezen aan vervanging toe? In ander licht bekeken :
is de tango geen cadans die juist door dichters wordt beleden?

Nee! Arrogant gezwam, door pure afgunst ingegeven

It takes two to tango , een poeet danst trouw allenig

Intussen boven dichter liefst die man en vrouw verenigd.

DE METRO

 

De aderen zijn traag vandaag

En zoeken naar het hart

Naar de bloedvlek op de kaart

Naar de ring van de stad

 

Maar hij, hij blijft gaan

Naar de stad onder de grond

Naar het hart van het hart

Waar de zon niet meer komt

 

Waar het hart van de stad

haar treinen door pompt

Een bloedbaan van lijnen

Station na station

 

Een tocht naar het einde

Dat steeds weer begint

Hij hoort ze verdwijnen

Op weg naar de ring

 

En daar komt de metro

weer boven de grond

Als retrospectief

van de baan van de zon

 

De vloer komt tot leven

Vlak voor z'n voeten

Ze breekt zich in treden

Ook hier zit het bloed in

 

Ze weet dat hij opstapt

En brengt ‘m beneden

De rol van de roltrap

Metro van metro

 

De winters zijn warmer

Hier onder de grond

En hij zoekt in m'n arm

naar de baan van de zon

 

En mischien wel uit boosheid

misschien wel uit woede

pompt hij een dosis

met paarden z'n bloed in

 

Kwaad op 1 ieder

die ‘m verliet

Retrospectief

van de metro, m'n lief.

 

OVER RITME (directors cut)

 

Kijk, het ritme

zit me

niet mee

Ik voel me een slak

die amper beweegt

omdat ie teveel meesleept

Ik voel het spoor van slijm

Ik stroom als stroop  

door de woestijn

Ik rijm Maar ach

Als een verzwakte kameel

Te zwaar bepakt

Woont de koning der slakken in een kasteel?

Dan ben ik dat

Kijk, het ritme zit me tegen

Ik verzwik me op de regels

Ik verslik me in de woorden

in de snit van dit gedicht

Want het ritme is verkregen

In het wit zit weer beweging

Het marcheert als nooit tevoren

Waar mijn vinger heeft geknipt.

 

 

DE BUURMAN

   

Een rustig café, op een donderdagmiddag

De zon is al onder, zo rond deze tijd

Begin deze week is de winter begonnen

De dagen zijn donker, de grachten zijn grijs

 

Ik zie hoe de buurman de bar binnen strompelt

Stevig beschonken; het is kwart over vijf

Hij ziet me niet, groet me niet, zat als een zombie

wandelt ie wankel m'n barkruk voorbij

 

Maar ach, ik kan het de buurman vergeven

Hij heeft het niet makkelijk nu, in z'n leven

Veertig jaar huwelijk, verwaterd tot niets

 

Z'n vrouw is met 1 van z'n vrienden verdwenen

Ze heeft 'm alleen nog een briefje geschreven

Waarin ze oprecht haar excuses aanbiedt

 

De buurman die noemt haar een vuile verraadster

Had ze maar vroeger de puinhoop verlaten

Toen ie nog jong was, en sterk en aantrekkelijk

Misschien wel in aanmerking kwam voor iets lekkerders

Maar nu is ie oud, zijn z'n kansen verkeken

Hij voelt dat ie nergens meer op hoeft te rekenen

Jaren bedonderd, een onverwacht eind

De dagen zijn donker, de grachten zijn grijs

En ach, als de buurman na middernacht thuiskomt

En steevast over de traptreden struikelt

omdat ie zo zat op de tast in het duister

de knop van het licht op de trap niet kan duiden

Dan hoort ie de buren van onder 'm fluisteren

roddelen dat het de spuigaten uitloopt

En dat er toch echt iets veranderen moet

Want , wordt gesmoesd hoort ie door de plavuizen

Wat is ie verloederd sinds moeders van huis is

Z'n dochter bezoekjes ook steeds langer uitstelt
Hij leeft in de troep waar een leger van muizen

Al wekenlang vroeg in de ochtend de vuilnis
En 's avonds in wezen de afwas doet
Okay, zijn blik is al maandenlang danig vertroebeld
Maar sinds het vertrek van z'n vrouw staat 'm vrij
om alles te doen en te laten wat vroeger
de start van een echtelijk drama zou zijn

En al lijkt ie nou net iets te ver door te schieten

ik vind het niet gek dat ie blauw als een tientje

zo vlak na z'n vrouw en een vriend te verliezen

liters jenever z'n giechel inkeilt

In dit donker café   aan de grachten

Het eten kan wachten

De drank kan de honger voor eeuwen verzachten

Dagenlang dronken, nachtenlang wakker

Maar tijd is het enige waarvan ie zat heeft

Dus laat 'm maar kachelen

Gun 'm geen spijt

Hij zit en verdrinkt z'n gedachten

Hij klinkt op de barvrouw

Ze knipoogt vertrouwd

Ze lijkt altijd te lachen

Zij is tenminste niet achterbaks

Het zeldzame slag

dat een drinker begrijpt

De buurman wordt zatter en zatter

Hij blijft ze maar vatten

De oude jenevers

Van wat ie gehad heeft

kan je een weeshuis

weken in bad doen

Het kan 'm niet schelen

We glijden de nacht in

En dat is het tijdstip waarop ie gewacht heeft

Want kijk, het café is intussen veranderd

van rustige bar in een bruisend verblijf

Mensen van allerlei rassen

uit allerlei klassen

Van yuppen tot aan de mevrouw van de kassa

heffen het glas

op wat er ook was

of wat er daarstrax

in de toekomst zal zijn

De buurman, intussen, maakt grappen

die iedereen snapt

dus iedereen luistert

Iedereen lacht om 'm

1 van de snuiters in antraciet pak  

roept : doe alsjeblieft nog zo'n goudgele rakker

voor die ouwe zak, die komiek aan de bar daar

die mij en mijn vrinden vannacht heeft verblijd

En iedereen voelt zich fantastisch

En wie hier te gast is

kan zien dat het hoe dan ook zeker en vast is

dat diep in de nacht dit een prachtige stad is

Heel Amsterdam

staat in vuur en in vlam

Blij als een kind drinkt de buurman z'n glas leeg

Inmiddels het uur van de waarheid nabij

Tijd voor de laatste der glazen

zingt André Hazes

Hij mag er nog eentje, dan moet ie de straat op

Dan is het voorbij

En als Amsterdam dan sluiten gaat

De avondwinkel dicht is

De laatste kroeg het licht uitdraait

Omdat haar dat verplicht is

Als Amsterdam verlaten lijkt

De grachten spiegelglad

De nachttrein het Centraal uitrijdt

Het stil wordt in de stad

De buurman terug naar huis toeloopt

Geen junk meer die een fiets verkoopt

Dan denkt ie wel eens : Christus

Had ik boter op m'n hoofd?

Had ik net weer even hoop?

Dan was dat een vergissing

Want waar zijn ze nou gebleven?

Die zogenaamde kameraden?
Die nog zeiden net, zoëven

dat ze niet wilden gaan slapen?

Ze zijn allemaal verdwenen
in de eindeloze nacht
Ach, ik had het kunnen weten

Want ik mag ze wel vermaken

Laten lachen tot het laat is

Maar als ik dan begin te praten

over 1 van mijn problemen

dan komt puntje weer bij paaltje :

Er is geen hond, die op mij wacht

De buurman pakt een krijtje

Van het darten uit zijn zakken

En begint te schrijven

Op de muren van de stad :

We suizen door het leven

En verzuipen in de massa

Als versgesexte kuikens

Met z'n allen in een bak

Waarin niemand elkaars namen kent

En ook nooit komt te weten

Want we zien elkanders uiterlijk

herkennen het geslacht

maar wat ons nou beweegt

of hoe je denkt over het leven

wordt door niemand je gevraagd

Als je alleen bent in de stad

Hij grijnst en ondertekent het

En wandelt richting gracht
Het ijs lijkt niet te breken eerst

Maar zwicht onder de kracht
Van een springende beweging
In de verder stille nacht.

DE STEEN

 

(vrij naar het gedicht “Midden op de weg” van Carlos Drummond)

 

Een steen, een steen

Hij kan nergens heen

Een steen alleen

Op het midden van de weg
Kijk, een steen heeft geen schenen

Geen voeten, geen tenen

Geen bloed in z'n benen

En als ie iets doet

dan is dat alleen maar

door toedoen van tweeden

 

Het is een steen, een steen

Hij kan nergens heen

Het is een steen alleen

Op het midden van de weg.

HEMELS LICHAAM

   

We naderen een druk station

De regen valt in liters neer

Plassen groeien op de grond

De wind gaat als een gek tekeer

Een overvol, te smal perron

Kraaien strijken krijsend neer

 

Het vertrekbord is gewijzigd

zie ik door het natte glas

en een tamelijk klein meisje

met een veel te grote tas

(God, wat heeft ze bij zich!)

klautert in de tweede klas

 

Haren met krullen

Lippenstift, blond

Blousje gevuld en

een heerlijke kont

 

Ze glimlacht heel schattig

En oh, wat een benen!

Ze vraagt of ik wakker ben

En weet waar we heengaan

 

Maar m'n tong is verloren
Ik zwem in haar ogen

Ze buigt iets naar voren

en waagt nog een poging

 

Haar decolleté!

Een fantastische boezem

Ik slik : Geen idee

Waar moet je naartoe dan?

 

Ze zegt :

Overal en nergens

ver weg hier vandaan

In ieder geval ergens

waar bergen staan

Een plekje zonder horizon
En ook iets minder koud
Ver weg van je geboortegrond
Maar alleszins met jou

Verliefd als een zotte

M'n hersens staan stil

Ik stamel sttotter :
Wat je maar wilt
 

Ze geeft me een knipoog

en knipt met haar vingers

Op slag is het droog

De lucht hangt vol slingers

 

De trein is verdwenen

De plek waar ik sta

is 1 grote zee

van engelenhaar

 

Ik ben er alleen

Samen met haar
Waar gaan we heen?
vraag ik dus maar

Ze zegt met een grijns :

Naar oneindige jeugd

Waar de zon altijd schijnt

en iedereen deugt

 

Ze opent haar tas :

veren met teugels

Bind ze maar vast

Dit zijn je vleugels

 

Ik doe wat ze zegt

Ze glimlacht en kust me

Dan vliegen we weg

Voor altijd

welterusten.

   

Terug naar vorige pagina