Virtuele eenzaamheid doet me wakker schrikken
Terwijl ik nog ver heen ben en de tijd niet meer hoor tikken
Eigen verre werelden houden me gevangen
Ergens diep van buiten klinkt een wezenloos verlangen
Je mooie gladde wangen, nu bedekt met bittere tranen
Schenken me de mogelijkheid me toch nog mens te wanen
Om mij een weg te banen door je pijn en je verdriet
Haast ontkoppeld van het leven waarin ik je achter liet
Ik had dit zo graag uitgesproken, mijn hand naar je uitgestoken
Je ontzettend lang getroost, maar het STORMT en het hoost
In dit hoofd dat onverbiddelijk smoort
Wat mijn hart nog zachtjes hoort.
Zwarte magie
Glanzend, fijn, ontluikend zwart
Omhult je tergend mooie lijf
Ruw verstoord en licht verward
Gaap ik je aan met heel mijn hart
Even blijf ik onbewogen
Overweldigd maar vervuld
Uit het tumult des alfabets getogen
Staat mij slechts één woord voor ogen.
Zwevend
Ergens in mijn maag huist een heldere bol vol rust
Zacht gekust door uwe stem, de zoete klank waarin ik zwem
Terwijl de Egelantier BRUIST en baadt
In het avondlicht, als een nachtgewaad
De sier die haar verdomd goed staat
Vandaag wordt het weer schitterend laat.