|
Mijn
dronken vriend en jij.
Toen
ik mijn dronken vriend zwalkend naar huis toe bracht
Midden
in de nacht
In
de hozende regen, de straten en bruggen drijvend nat
Het
asfalt glimmend, prachtig, spiegelglad
Toen
moest ik zomaar aan jou denken
Terwijl
ik dacht dat ik je vergeten was
Wij
hebben elkaar ook vaak zo thuis gebracht
Jij
dronken, of ik, of wij allebei
Steun,
houvast zoekend bij elkaar
Zwak
en gammel zonder kracht
Elkaar
opvangend als onze benen sneller gingen
Dan
onze lichamen wilden
Maar
telkens ons bed terug vinden
En
dan jou lichaam slap en zacht
Op
een ochtend toen mijn zoon een ei bakte voor mij
Toen
ik je al jaren niet gezien had
Toen
las ik dat je dood was
Dat
las ik in de krant s'morgens bij het ontbijt
Alsof
de aarde even onder mijn voeten weg zakte
Dat
jij met jou lach nooit meer zo zou lachen
Ik
leef het leven nog steeds in al zijn pracht
Maar
denken aan jou dat doe ik soms nog even
Zoals
die nacht van de week toen ik mijn dronken vriend
zwalkend
naar huis toe bracht
|