De camembertmethode
Wakker. In een bed vol slaap.
Waarin ik gedachten wegwoel, zoals ik vroeger
in zee een gat wilde scheppen. Met meisjeshanden
en vrouwendenken: misschien weer niet genoeg
mijn best gedaan.
Of vermoeden dat ik camembert ben. Zachtrond
en melkwit op temperatuur lig te komen tussen de
lakens van klamme gedachten. Langzaam uitlopen.
Honger krijgen van de metafoor en dan
de koelkast leegroven.
Het zó graag willen grijpen, woorden voor wat
niet wil gaan slapen. Woorden voor het oude gat
in het water waarin ik nooit kon verdwijnen.
Naast mij een gedicht in diepe rust,
begint zachtjes te snurken.
_____________________________________
Waar wij over lachten
ging het anders dan over uit-
gepakte huid, over haartjes op armen
die zo grappig rechtop
als je ze plaagde met een ballon
waarin de opgespaarde lucht
mogelijkerwijs elk woord
had kunnen vormen:
anker, appeltaart, vergeving
we krasten nog een stukje hemel open
waarachter sterren schenen
te fonkelen voor wie er oog voor had
of een mond als reddingsboei
die je met twee zachte lippen uitwierp
we hielden elkaars adem in
bewaring, tot we ons verslikten
we kwamen niet meer bij
en ik weet niet meer
waar wij over lachten
die laatste dagen
I Hoe men zitten gaat
hoe men zitten gaat op voorbedachte zetels
zich uit jassen haalt, een tas, een sjaal
wellicht ontdaan op tafel, kiest van hij
daar en zij hier, of men ruilen zal,
zij daar en hij
hoe men schuift, ruggelings langs luchtig
hellend vlak, hoe men een kaart bekijkt
waar letters dansen, opziet
hoe men opstaat uit voorbedachte zetels
_______________________________________
Lichterlaaie
dat die dagen de regen met bakken
en wij verveeld want niet naar buiten
de hele dag vretend, lezend, herkauwend
overal kruimels en knieën en kleren
in dat veel te krappe vergiet en óók het
fluiten van dat luchtbed ervoor zorgde
dat ons gesprek een slagtaal en wij
beiden trokken aan het gelijk uit alle
macht en de boel toen in de hens vloog
omdat wij ook wel eens wilden weten
hoe kaarsvet voelt op billen net
op die ene droge nacht.
Frouke Arns