HARDERWIJK

 

o hoe liefelijk oogt Harderwijk bij nacht

ook in ‘t duister wordt uit één Boek gelezen

doch grondig onderzoek heeft uitgewezen

dat de vrouw er in het huw’lijk wordt verkracht

 

niet met geweld, nee, het gaat uitermate zacht

de Harderwijker krijgt les in Veluws kezen

pleister op de bek en de stilte is volbracht

wie niet slim is, kan nog wel losbandig wezen

 

ja, Harderwijk oogt zeer liefelijk in de nacht

ook overdag kan men veel opmerkelijks vrezen

er wordt gewed wie het hypocrietst kan wezen

leugen en bedrog hebben lokaal de oppermacht

 

pas op in Harderwijk, wees gewaarschuwd bij dezen:

eens komt Volkert vrij, heb ge daaraan wel gedacht?

 

amsterdam, 5 oktober 2008                    fries de vries fecit vers 1524

 

VAN BAERLESTRAAT

 

                                         J.C. Bloem - pastiche

 

cultuur is voor schurken en schavuiten

en dan: wat is cultuur nog in dit land

een kaneelstok voor de hoogste stand

rijken zuigen binnen, armen slikken buiten

 

zie de violen, het koper en de fluiten

het stokje sturen van de commandant

hij waait de klanken met zijn linkerhand,

door geen stilte voor de storm te stuiten,

 

naar de balkons met vlees en goud bevracht

het is hun kunst de kunst te isoleren

ten gunste van de gordel van de gracht

zo hult zich leepheid in het efemere

 

dit bedacht ik aan de zonkant van de staat

domweg nukkig in de Van Baerlestraat

 

amsterdam, 11 oktober 2008  fries de vries fecit vers 1527

 

ik laat het vers van J.C. Bloem hieronder volgen:

 

DE DAPPERSTRAAT

 

Natuur is voor tevredenen of legen,

En dan: wat is natuur nog in dit land?

Een stukje bos, ter grootte van een krant,

Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

 

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,

De’ in kaden vastgeklonken waterkant,

De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand

Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

 

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.

Het leven houdt zijn wonderen verborgen

Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

 

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,

Verregend,  op een miezerigen morgen,

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

 

Uit:  Quiet though Sad [1947]

 

 

IK STA MET LEGE HANDEN

 

                      met een knipoog naar Marsman

 

tijd en feit staan in het teken van het Beest

het draagt een stropdas en oranje schoenen

’t glimlacht overdag en wast des nachts miljoenen

wit, je kent het dagblad dat het monster leest

 

het voedt een ziekte waarvan men nooit geneest

de roofstaat stuurde indertijd galjoenen

de tegenstelling laat zich niet verzoenen

het Rouwvoetvolk krijgt vat op fut en geest

 

het Beest woont in een villabuurt bij Woerden

het goud gulpt uit een goot in het gebit

men leeft en leest in strak betoomd gelid

geen heeft weet van wat hem eens ontroerde

 

ik stam af van wie mij innerlijk verbrandden

sta nu, beroofd en leeg, met lege handen

 

amsterdam, 17 oktober 2008  fries de vries fecit vers 1531

 

[geschreven op het thema van Eijlders’dichterszondag

19-10 2008: Sta ik nu met lege handen?]

 

Hier het lied van Fries de Vries voor de zondagse samenzang.

EENS STA JE MET LEGE HANDEN*)

 

                                  voor Paul Lokkerbol en Ron Offerman

 

 

 

eens sta je met lege handen

pluk j’een kip, dan is – ie kaal

’t is een nationale schande

’t is de schuld van ’t Kapitaal

 

’t was een man van goeden huize

hij bankierde zich te rijk

hij leegde kas en alle kluizen

Rijkman Groenink nam de wijk

 

refrein

 

ben je ‘n christen-unie-gaytje

kom je ‘s zondags uit de kast

maar op maandag zegt men jeetje

wat heb jij slecht opgepast

 

je moet scherp de bijbel lezen

waar wringt dan de vrome schoen

je mag bij ons wel homo wezen

maar je mag er niets aan doen

 

refrein

 

aan het Hof wordt flink gelogen

de koningin gaat door het stof

als we haar zakgeld niet verhogen

staat ze rood, koopt z’op de pof

 

al die talrijke miljoenen

zijn van grijpstra en de gier

het is het slijk aan onze schoenen

Oranje is een opslokdier

 

refrein

 

‘t was een spaarbank in het noorden

net zo safe als éen nacht ijs

het krediet trok aan de koorden

hoge rente kent geen prijs

 

al die hebberds, al die graaiers

schoten netjes naast de roos

financiële geitennaaiers

ezels uit de oude doos

 

refrein

wij zijn allen arme stakkers

zonder solidariteit

waar zijn toch de rooie rakkers

wij gaan door met onze strijd

 

haal Marx uit de mottenballen

Domela van ’t Nassauplein

vuist omhoog en met zijn allen

krijgen we de elite klein

 

refrein

 

amsterdam, 19 oktober 2008  fries de vries fecit vers 1533

 

*) naar het thema van de dichtersmiddag in café Eijlders

op zondag 19 oktober 2008: Sta ik nu met lege handen?

 

Vrij naar het lied van Leen Jongewaard.