Zondag 15 Februari was weer een heel bijzondere middag.

Er waren maar liefst 31 dichters uit vele windstreken van ons poëtisch land aanwezig.  

Wij danken alle dichters en natuurlijk ook al de toehoorders voor hun aanwezigheid. Wij zijn er trots op dat we elke maand zoveel mensen mogen ontvangen.

Hieronder de indrukwekkende lijst met namen van dichters die hebben voorgedragen.

  1. Jos Zuijderwijk (met Anne Bosboom)

  2. Jacco Fennek

  3. Hiltsje Jongsma

  4. Peter Goedhart

  5. Arie van der Ent

  6. Koos Hagen

  7. Karel Kramer

  8. Loes Essen

  9. John Zwart

  10. Martin van der Vijfeijke

  11. Ton Huizer

  12. Simon Mulder

  13. Wouter Ydema

  14. Bram de Waard

  15. Robin van Riel

  16. Kees Leeuwerink

  17. Rik Comello

  18. Joop Scholten

  19. Gerdin Lindhorst

  20. Floor Voerman

  21. Kees Godefrooij

  22. Mienke Grooten

  23. Ron Offerman

  24. Ron Hamming

  25. David Kwa

  26. Pom Wolf

  27. Michiel van Rooij

  28. Aurora Guds

  29. Dirk Oudshoorn

  30. Sander Brouwer

  31. Arie van Egmond 

 Wilt u uw voorgedragen gedichten op de site stuur ze naar eijlders@msn.com

Wij danken alle dichters voor het delen van hun ouderlijke achtergrond

Met vriendelijke groeten van

Mieke van Beeren

Paul Lokkerbol

Floor Voerman

Ronald Offerman

Patrick Diercks

Lees hieronder de gedichten.

 

                                      DARWIN en CALVIJN

Daarwin, daarwin,    daar win je bij : inzicht, uitzicht, afzicht !

Nee, het is er, overkomt ons – zonder enig doel ?

Nee, het doel moeten we zelf maken .

We zijn er zonder doel – voel in, voel uit, zoek gevoel.

 

Dus Calvijn deed water bij de wijn.

Dus het lot liet hij de predestinatie zijn’

Dus de evolutie is vooruitbeschikt

God regelt alles, de mens slechts wikt.

 

Ach, de klok der werkelijkheid wel verder tikt ¤¤¤¤####-----

Was Calvijn nu darwinist ?

Ach, de “missing link” gemist ?

 

Sander BROUWER

P.D. Vind zelf  mijn gedicht ook wel wat onduidelijk, maar het is nu éenmaal niet ieder jaar

Darwin en Calvijn jaar en het speelt met de gedachte dat al onze voorgangers

“missing linken” zijn en wij zo ook door ons nageslacht gezien zullen worden.

Sander Brouwer

                           DE MIJMERENDE DICHTER

Ben ik met haat of liefde tegen medemensen opgegroeid ?

Ik haat geen duitsers, joden, arabieren, zwarten , japanners of chinezen,

ook de eskimo,s haat ik niet, maar heb ik ze lief ?

Haat ik mijzelf ? Ik weet het niet. Heb ik mij lief?

Waar droom ik van, waar hoop ik op ?

Gezond verstand, de reddende wetenschap  of

Droom ik van de eerlijke, oprechte, lieve superrobot ?

-------  Het is slechts toekomst die ik zie;

-------  DAT is mijn hoogste vorm van poëzie !

                       -----------------------

                 EUTHANASIE

Voor de hemel geboren en dus op aarde misplaatst,

Moet  ik toch aan het leven geloven !

Mijn ongelukkige jeugd, maar gelukkig bejaard –

Daartussen wat zwoegen en sloven :

Kinderen, kleinkinderen zijn vergaard.

De dood zal wel langzamerhand komen.

Het leven is kort, de eeuwigheid langst.

Leven leiden is mooi, leven lijden is angst !

                                                                                                                     

Sander Brouwer

 

TAAL

 

Uit hersenhelftvoren siepelde taal,

wurmde zich murmelend uit lispelende beken,

gedekt door dekens van Egeïsche steen,

ontsnapt aan de mond van een slang.

Duwde zich lente na lente uit geelnatte löss naar omhoog,

mijn tong tartend tot spreken.

Een schokgolf die sprong uit Beethovens Fuga.

Ze danste omhoog uit Shost’s tiende kwartet.

Een havik bij zon, een uil in de nacht.

 

En de taal kreeg cadans in mijn tred

langs kusten en kloven, tegen hellingen op,

op de lippen een wartaal van zinnen.

Uit de pen vloeit gallige inkt die zich voegt tot een vers,

dat ruist op een tong die nog zindert van wijnen.

 

 

Spons voor mijn tranen en voor het zweet van de lach.

Een schuwe blik spreekt voor zich.

Taal is wat moest, nog voor ik kon spreken,

verlangen naar woorden die werelden dekken,

geen ooit gelijk aan een ander.

 

Andra moi ennepe mousa,

toen regels nog golfden als metrische stromen.

Nu verslikt zich het vers en hinken de zinnen,

en lyriek bezingt een herhalende dood.

Wie spreekt, zwijgt het meest.

 

In jou, Leeuwerik, stuwt het naar boven.

 

Sierksma, 16.2/09

 

Romantiek

 

Restaurant

werkt weer niet mee

Amuse

blijkt deprimé

Menukaart

schaars verlicht

Rekening

weer opgelicht

Zoengedoe

ook geen feest

Tandarts

lang niet langs geweest

Het oude vlees

is weer eens zwak

Strakke lak

blijkt kreukelpak

Proefballon

hopelijk niet lek

Doe wat

aan die moedervlek

Beddengoed

lang niet verschoond

Warme schoot

danig uitgewoond

Klompvoet

uit het knellend leer

Dank u wel

 

Ik hoef niet meer.

 

 

                   Ton Huizer

Naast het bed  

 

Vele malen

afscheid genomen.

 

In de pauzes

van je diepe dromen.

 

Gebogen,

als het rietje

in het lege glas.

 

Verkreukeld,

als de zakdoek

in je hand van was.

 

Beneveld,

door een zoveelste

doorwaakte nacht.

 

Klein,

tegenover

zoveel overmacht.

 

 

             Ton Huizer