Zondag 21 december 2008 Bijdrage dichtersmiddag Eijlders Aurora Guds
Wie heeft wat te zeggen
spreek niet als het nacht is
´t zijn sporen in het duister
en klaag niet als het licht is
die tijding geeft geen luister
vraag niets als je leeg bent
´t is schreeuwen in het vacuüm
en preek niet bij verderf
dan zing je slechts postuum
ik smeek graag bij het ochtendlicht
maar dat is niet voor velen
het meest gehoorde woord
klinkt vaak uit dove kelen
de boodschap van een kerststol
kan een enkele ziel bekoren
spreken wordt pas zeggen
waar oren kunnen horen
Mijn vader
ik had een vader als een boom
hij kon nog net niet vliegen
maar begreep dan ook niets
van dekbedovertrekken met
bijpassende gordijnen
bomen vliegen niet, maar aarden
zijn bel-etage versiert mijn naam
versiert zijn naam in dode faam
versteend, in zijn schitterend nazicht
rekenen kon hij wel
op zijn loyale verlamming
een dagelijks vermenigvuldigen
van berusting
hij telde om het even
maar hij rekende vooral op mij
en dan met name waar het ging
om het verwisselen van die gordijnen
Parallel
wij hanteren een moer
met de juiste sleutel
maar bezien ons lichaam
slechts met de ogen
parallellen zijn daarmee bedrogen
energie als onzichtbare kloon
omhelst mijn kroost
als ik ver weg aan het werk ben
flankeert mijn naasten
waar hun huid doorzichtig is
energie snelt alvast vooruit
als ik de straat inloop, en
heeft de maaltijd al beschikt
als ik net de hal betreed
in de trein smoort ie
druk aan de telefoon pratende mensen
bedekt mijn oren
sluit uit, verbreekt verbinding
energie omhult als een harnas
smeedt je een wapen
waar de lucht brand, en waar
nuance verdrongen is
je ziet mensen erop afketsen
nog voor je dat weet
energie danst om dat leuke mens
wenkt en nodigt uit
het fysiek aan te spreken
soms heel anders
dan ligt ie aan de voeten van dat mens
gretig, als een kind aan de zog
maar is daar de leegte
en dan verdwijnt ie naar de lucht
rozen verdragen geen droogte
dus verwelken zij onder de hemel
waar hun dorre randen niet meer hechten.
energie gaat haar weg
in het land der zuchten
en blaast wensen terug.
Zondag 16 november 2008 Bijdrage Dichtersmiddag Cafe Eijlders Aurora Guds
Wazig wit
ik lig op bed
de slaap heeft koffie gezet
maar koffiebonen denk ik niet
ontbeert de smaak van ´tweemanslied
bomen ruisen fluisterend stoom
vertakkingen in hun holen, een boom
van een mens slipt keer op keer
luidt non-verbaal op aarde neer
wazig wit en smeken
lauwe melk als stromend loom
aan weerszijden geweken
en middenin een vrouwenmeer
Streep zuidwaards
trein zingt over rails
wisselende noten, langzaam
de vertoonde film
heeft vele kaders
zijn mij allen even lief
in de verte een boom
even, met jouw gezicht op
in de lucht trekt een streep
zuidwaards
reist vooruit
op mijn inzicht
ik haak af
en op links
spiegelt het water
mijn lied
Lentedauw
de paden van de jeugdigheid
verkleuren mijn gedachten
verzaken hun gelegenheid
met ongekende krachten
weerloos op mijn avondkruk
verschijnen zij aanbeden
de zonnigheid van lentedauw
blijft immer onbestreden