Wat meer is
Op de eerste plaats
is er het eten.
Niet slechts dat
wat de maag het leven gunt.
Denken aan wolken als gieters
ziet geen watten ooien
verspringend van de noot op de tak
of een grijze raadgever, verzadigd van keuzen.
Diner aan het gelag
van zwaartekracht.
Brengt zieltjes terug bij start.
Geen zomer te ver, geen verlangen terug,
maar daar. Die perfectie
stemt warmer dan haard.
Eten stilt niet alleen de honger
van cycli zonder terugweg.
Siert ook de daadkracht van connectie
en licht de mens van zijn buffer.
Eten innemend, zoals de ander
lachen we om woorden met praatjes
kauwen we op hapjes met kroontjes
tongen wij de charme en kunde van smaak
tot pap en brandstof voor dromen.
Honger verflauwt
waar lichtjes in harten en
huizen ontsteken,
en we zien dat het goed is.
Lege handen
sommige harten kloppen voor iedereen
zij wijken niet voor het trage stroop
dat donker is en schrikken niet
van de sonore stem die doofmaakt
hen begroet als donsdek in de woestijn
zij zijn dik van liefde
dubbelwandige placenta’s
gepanserde pleonasmen, gespiegeld
in de echo’s van opgenomen kreten
op een kapotte grammofoon.
onaantastbaar gaan deze ballonnen
door het punaise landschap
behouden in hun vorm
vullen zij lege handen
Zonder titel
Heb jij dat ook,
dat in een onbewaakt ogenblik,
in de trein bijvoorbeeld,
het is alsof het Lot je bij de nek grijpt
je met je neus de juiste kant op duwt?
Je moet kijken, je moet nu kijken,
want anders is het voorbij.
Dan sta je bij de Grand Canyon bij nacht.
Dan heb je drie dagen in je slaapzak
voor het verkooppunt gelegen, maar
blijkt je portemonnee thuis te liggen.
En wie heeft echt zin zijn rug te vernaggelen
aan een vierbaansweg in de woestijn?
Ik raak liever slaags met mijn anorexia in Somalie
om met de kleinood gelukzalig versmolten te staan.
Want straks piep ik door één oog naar buiten
en weet het volgend jaar alweer geleefd,
angstig voor straks want straks was alweer net.
Een machtig opponent, onoverwinnelijk.
Heb jij dat ook?