Zakbak (tussenonbalans Noord-Zuidlijn)
Zie de stad zijn panden de schouders eronder laten hangen
als weer een dambreuk aan de eerste palen knaagt.
Ratwater.
Niet te doorgronden is het plan. Ook een zandkasteel
zakt scheef als het lucht van tunnels onder zich heeft.
Waartoe ook ten slotte een route vanuit opgeblazen
geldaquaria, langs een wrak rak-in,
een wirwarmoes onbeschermd puin,
eindigend in een noordse bruine buikloop?
Goed, als het toch moet, dan liever gejaagd en duister.
Maar aan de Vijzel was het zelden zo nat.
Al lekt de gracht sinds jaren hooguit in gedempte klank,
des te meer het vooruitzicht van hulpeloze monumenten
die alles hebben gezien maar amechtig ondergaan
in de zomp die de stelle ooit wist te ontvluchten.
Door waanzinnig gegraaf van lompe mollen
voor een enkele tellen sneller bereikbaar hekelveld.
Stratenplan - van B naar A (1)
Naarmate straten duisteren trekken stappen
van uiterste herinneringen een zoveelste spoor.
Oorverdovend haastwaggelt de tram over stalen
richels, soms nog in oud steen geglinsterd.
Wintertijd had geen uur terug. Ongeklokt oneindig
het handelen tot in gele kieken en prenten.
Zo wuift de huizenrij of het vandaag was
duizendvoudig geëtaleerd het kind toe, niet moe
de witte droomwereld achter glas te bewijzen en
beduimelen. Een handkar verlangen genaamd
schampt op de vingerknip remmend een hoekpand.
Zie, denk, doe. Overal een halte voor vervoering.
Eens heen, dan retour.
Westelijk ebben
Ruimten vol vluchtlicht en vers groen hadden ooit
gezinnen uit hun tijdelijke krochten getrokken.
Tropenjaren later, buiten die vesting, hingen
wolken spelend met strepen zon
hemelsbreed boven bebouwde tuinen
hun vormgrillen de dromer schoolvrij op te dringen.
Verlangen en vervulling ervan in volle gang
deden het water voorbij de ringdijk naglinsteren.
Toch dook schaapachtig het grijs spoedig half weg
zonder lijnen zilver achter woningen die destijds,
bleek, voor oplevering de rot al droegen.
Opvoeders krampachtig aan vroeger vast,
was het slotbeeld, in de koffer voor de donder.
Nu is zwaar weer niet anders dan dat.
Een eeuwig op komst.
Een drijven en net niet vallen van zakken mot.
Het getijdenspel laat zich in stilte niet breken,
dan elders te storten en ontladen.
Inmiddels droomt de kogel van de grote sloop.